Turbo
De turbo bestaat langer dan menig persoon denkt. Andere benaming zijn turbokompressor en turbolader.
De geschiedenis van de turbo is al zo oud als de verbrandingsmotor. De turbo wordt ook wel uitlaatgasturbo genoemd, deze zit dan ook gemonteerd op het uitlaatspruitstuk. De uitlaatgassen die geproduceerd worden door de motor komen via het turbinehuis, oftewel uitlaathuis, de turbo binnen en drijven het turbinewiel van de turbo aan zodat deze gaat draaien. Samen met een compressorwiel wordt er verse lucht aangezogen en gecomprimeerde lucht in de cilinders geperst. De uitlaatgassen die gebruikt worden om het turbinewiel aan te drijven blijven in het turbinehuis en worden direct weer afgevoerd naar het uitlaatsysteem wat ook aan de turbo gemonteerd zit.
Aan het turbinewiel zit samen met het compressorwiel aan een as gemonteerd, doordat het turbinewiel draait als de motor loopt draait het compressorwiel automatisch ook. Het compressorwiel is zo ontworpen dat als het draait er lucht vanuit het luchtfilter wordt aangezogen. Deze lucht wordt in het compressorhuis gecomprimeerd en naar het inlaatspruitstuk gevoerd.
Het compressorwiel zit over de as heen geschoven gemonteerd en wordt d.m.v. een borgmoer vastgezet. Tussen de as en het compressorwiel zitten nog een aantal onderdelen gemonteerd die elk ook weer een eigen functie hebben deze onderdelen incl. de as en het compressorwiel worden ook wel de rotor genoemd.
Al deze onderdelen moeten ook soepel blijven werken, deze onderdelen worden gesmeerd door de motorolie die vanaf de oliepomp in de motor naar de turbo gestuurd wordt. Deze olie wordt onder druk de turbo ingespoten, smeert alles wat het smeren moet en komt daarna in een soort vergaarbakje terecht waar het zijn normale viscositeit terug krijgt en vervolgens drukloos weer terug in het carter van de motor komt. De komplete rotor zit gemonteerd in het lagerhuis deze wordt gemonteerd tussen de olieaanvoer- en de olieafvoerleiding.
Sinds midden jaren 90 worden op veel motoren VNT turbo’s gemonteerd, (Variabele Nozzle Turbo), bij deze turbo’s wordt in het turbinehuis gebruik gemaakt van variabele geometrie. Door het veranderen van de stand van de vanen die aan de nozzle-ring gemonteerd zitten word de stroom van de uitlaatgassen veranderd waardoor deze turbo’s zowel op een laag motortoerental als op een hoog motortoerental door middel van het verhogen van de turbodruk zorgen voor een maximaal koppel. In 2007 ontwerpt Borgwarner een turbo met variabele geometrie voor benzinemotoren in opdracht van Porsche.




